KEESVANBAARDEWIJK.NL  WEBLOGARCHIEF

  
 

 

Archief 

30 juli - 24 december 2009

 

 

 24 december 2009

7e  jaargang – nummer 37

DE DAG EN DE KANDELAAR

,,Niet doen”, zegt de Prediker, ,,niet doen, je afvragen waarom het vroeger beter was dan nu”. Dat is niet wijs.
Elke tijd heeft zijn eigen droeve dalen en ook zijn eigen mooie hoogten.
Ik denk aan mijn vroegste jeugd, aan de straat waar ik woonde, in Rotterdam. Het is zondag. Twee keer per dag beweegt zich een lange stroom kerkgangers door de straat naar dat enorme gebouw aan het eind. Het gaf mij een veilig gevoel, al die mensen hoorden net als wij ook bij God en bij de Here Jezus. Er was de angst en de misčre van de oorlog, maar dit had iets moois, iets beschuttends.

Er waren tekenen van God. Hoe dan? Waar dan? Dat kan ik niet precies zeggen maar veel mensen spraken in die tijd op dezelfde toonhoogte. Als gelovigen verstonden ze elkaar. Ondanks het verwoestende bombardement stonden overal nog kerken en het goede kerkenwerk ging door. Er was vertrouwen dat je, ook in het geweld van de oorlog, uiteindelijk niets kon gebeuren.

Ook onze tijd heeft grandeur. Hoe vaak kunnen we niet tegen elkaar zeggen: dit is toch heel wat beter dan vroeger. Evengoed is er de misčre, b.v. de godverlatenheid, de onbestemdheid ,de ontheemdheid en de onverbondenheid. Alles moet hier gebeuren en nu. Want nog even en het is op. Een toekomst bestaat niet. Waar zie je in de wereld van nu, in de moderne stad sporen van geloof, van God? Het demonische lijkt de overhand te krijgen in de samenleving. Kent u ook het gevoel in een woestijn te leven? Benauwt die Godloosheid u soms ook zo? En de goddeloosheid?

Waar zou in die woestijn je hoop en je moed blijven als je niet Gods gunst en hulp genieten zou? In je gewone leven van alledag en op die bijzondere dag als je met anderen samenkomt in de ,,schuilplaats in de wildernis”. Wat een oasegevoel ’s zondags: hier is God, hier is de belofte van nieuw leven, hier krijg je brood voor onderweg, hier wordt je opgemonterd en bemoedigd

.

Ik maak een sprong. Als ik nu in het blad ,,Opbouw” van 25 september j.l.het artikel lees: ,,De middagdienst zingt haar zwanenzang” dan voel ik me lamgeslagen en ontmoedigd. Ja, zegt u misschien, sorry hoor maar wat daar in staat is toch bekend? Jawel, maar elke keer dat je erover leest drukt het je neer. En het wordt in dit artikel nog versterkt door de opsomming van gemeenten die de middagdienst al afgeschaft hebben. Zoveel al?

De gemeenschappen van gelovigen, hun activiteiten, hun samenkomsten, met als hoogtepunt de zondagse kerkdiensten, zijn dus te beschouwen als oases in de bedreigende kilte van onze wereld. Je komt er van bij, van dat God loven, van dat veilige bij elkaar zitten, van dat gevoel van eenheid... In de week kan de ellende van de wereld je soms als een hartinfarct in de houdgreep nemen, even voel je met al die anderen samen bevrijd omdat de Geneesheer je aanraakt.

Mooi, die oase van al die eenstemmige, positief ingestelde mensen.Ja, maar dat is de bedoeling niet alleen. Als je zingt ,,Kom mee naar buiten, allemaal”, naar de ruimte van de vrijheid van de verlossing, dan zing je toch ook met je gezicht naar niet-gelovigen toe. Zorg dat je erbij komt, nú kan het nog.
Als wij niet spreken en getuigen en oproepen in de wereld dan zal God van ons rekenschap vragen (Ezech.3:18). Maar wanneer wij echt met een brandende liefde willen getuigen dan…

Dan …dan zullen we een vindplaats voor zoekers moeten zijn, dan zal aan ons gezien moeten worden dat wij een schitterende toekomst verwachten, dan zal van ons gezegd moeten worden: moet je zien, hoe ze daar van elkaar houden. Dat kan alleen als we een sterke gemeenschap zijn.

Zijn we dat dan niet? Er gebeuren toch prachtige dingen in en vanuit onze kerken. U beleeft het zelf en u leest erover in dit blad. Ja zeker 
En toch zijn er die ontwikkelingen die verlammen, b.v.waar dat artikel ,,De middagdienst zingt haar zwanenzang” van spreekt.

Deze tendens zegt iets. Het heeft m.i. te maken met het niet goed onderkennen van de tijd, met het niet goed onderscheiden van de dingen, met ons comfortabele leventje. Wat we zien is: teruglopende kerkgang, nu ook al in de ochtenddiensten, moeite om kerkeraden te vormen, afnemende belangstelling voor andere kerkelijke samenkomsten dan op zondag.

Wat zal er op volgen? Je hoeft geen profeet te zijn, noch de zoon van een profeet om dat t e zien aankomen. Nog minder onderscheidingsvermogen, nog minder zicht hierop dat we schade toebrengen aan het lichaam van Christus, verdere afname van ledentallen en tenslotte een laatste kerkganger die het licht van de kerk uitdraait.

Die ontwikkeling van afnemende belangstelling zien we al een poosje aan. Goed, we praten er wat over, het geeft ons zorgen maar verder. M.i.gaan we, leden van allerlei kerken, veel te veel met dit verschijnsel om als met een natuurverschijnsel. Het onweert en bliksemt, maar wat doe je er aan. Wat kun je nou dóen aan dit verschijnsel, dat we waarnemen in zoveel kerken.

Ik denk, dat het veel meer een hartszaak moet worden. Dat we met de meeste klem vanaf de kansel opgeroepen worden meer om te zien naar degenen die gaan afglijden, en dat we dat ook doen. Dat we waarschuwen en oproepen de gemeente die bestemd is voor het eeuwige leven weer te gaan zoeken. Dat we duidelijk proberen te maken dat dé dag nadert en dat het er nu op aankomt. Laksheid kan niet meer.
En wat ook onontbeerlijk is dat we persoonlijk en in de zondagse samenkomsten er bij God de Heilige Geest op aandringen ons te vervullen met liefde voor wat verloren dreigt te gaan.

Verloren… is het zó erg? Ja, want ach, we weten toch allemaal dat het na twee, drie generaties over en uit kan zijn. Iedereen kent toch voorbeelden.
En waarom houden we niet eens een landelijke bidstond voor deze zaak? Die zijn wel voor minder georganiseerd.

Is dit nou allemaal niet een beetje overdreven en dramatisch? Ik geloof het niet. Er komt een dag dat Jezus terugkomt. Zal Hij dan het alleen zaligmakende geloof aantreffen of is de kandelaar voor die tijd al verdwenen? Het zal toch niet zo zijn. Er zal toch hoop ik nog een christelijke gemeenschap zijn waar onze kindskinderen naar toe kunnen. Dat willen we toch zielsgraag….

 

 

reageren?  naar het gastenboek  of  per email  

 

 

 10 december 2009

7e  jaargang – nummer 36

GOD ROEPT JE BIJ JE NAAM

In de ,,Dikke Rikkert” – een bloemlezing uit het werk van Rikkert Zuiderveld, van Elly en Rikkert, kwam ik een ontroerend gedicht tegen. Hieronder staat het.

Er zijn kinderen op de wereld die geen naam hebben, kinderen die niemand kent. Wat erg! Anoniem te zien, onopgemerkt, van geen enkel belang. Zo’n kind, een jochie, vraagt aan een vreemdeling: ,,Wilt u mijn naam onthouden, meneer?”. Als die meneer dat doet, is er in ieder geval één persoon die hem kent. Het is om te huilen. Hij hoopt vurig dat die vreemdeling nog eens aan hem denkt. Van zijn bestaan weet.

Nog een gedicht, van Neeltje Maria Min.

De moeder van de dichteres weet niet meer hoe haar dochter heet. Misschien is ze oud en dement. Wat een verdriet voor de dochter. En haar kind is te jong en weet haar naam nog niet uit te spreken. Ik ben alleen, ik ben ongeborgen, dakloos, klaagt de dichteres. En dan volgt de schreeuw om bij haar naam genoemd te worden. Ze wil met heel het wezen van haar bestaan gekend worden. Dan is ze íemand, dan wordt haar bestaan bevestigd. ,,Noem mijn naam. Noem mij bij mijn diepste naam”. Die ik liefheb en die mij liefheeft, moet weten wie ik ten diepste ben.

Dat geldt voor ons allemaal. We willen opgemerkt, gekend, gezien worden. We hunkeren naar contact, naar een hand op je schouder en een arm om je heen. We kunnen niet zonder. We willen onze naam horen.
En altijd zijn er mensen die dit missen. Wat vreselijk.
Maar wat voor iedereen mogelijk is, wat je iedereen toewenst is dat in hun oren klinkt: ,,Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van Mij”, Jesaja 41:1. 
Wie zegt dat? God. Wat een wonder. God heeft me opgemerkt en noemt me bij mijn diepste naam.

Vergeten wij iemand wel eens? God nooit. Hij kijkt in zijn handpalmen en ziet daar voor zich: Roelof Jansen of Ria Pietersen. Daar sta je en je staat er goed op. Jesaja 49: 16. Het gaat nog verder: in de toekomst krijg je een naam met nog veel meer inhoud en verdieping. Horen we het goed? Ja. ,,Men zal u noemen met een nieuwe naam die de mond des Heren zal bepalen”. Als Gods kinderen mogen we een naam hebben.

WILT U MIJN NAAM ONTHOUDEN MENEER

in het hart van Afrika staat een kleine kerk
waar de mensen leren om fatsoenlijk te zijn
alle kinderen spelen buiten in het perk
want voor godsdienst zijn ze veel te klein

en een blanke man uit een ver vreemd land
kwam daar op een dag voorbij
voelde opeens een kleine jongenshand
en hoorde hoe hij zei:

wilt u mijn naam onthouden meneer
ik wil dat iemand aan mij denkt
wilt u mijn naam onthouden meneer
dan is er iemand die mij kent


en die vreemde meneer wist niets anders te doen
dan heel onfatsoenlijk temidden van iedereen
zomaar bij hem te zitten in het plantsoen
en alleen maar te huilen met zijn arm om hem heen

door zo’n klein verhaal dat ik in een boek zag staan
werd mijn leven anders dan daarvoor
want sinds die dag zie ik overal kinderen gaan
en het is telkens of ik hoor:

wilt u mijn naam onthouden meneer
ik wil dat iemand aan mij denkt
wilt u mijn naam onthouden meneer
dan is er iemand die mij kent.

VOOR WIE IK LIEFHEB WIL IK HETEN

mijn moeder is mijn naam vergeten
mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
hoe moet ik mij geborgen weten?

noem mij, bevestig mijn bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam

voor wie ik liefheb, wil ik heten.

Uit: Neeltje Maria Min: Voor wie ik liefheb, wil ik heten.

,,Sinterklaas- gedachten en herinneringen", zie onder, ook te vinden op www.bomansweekblad.nl , nu met bijzondere illustraties. 

 

reageren?  naar het gastenboek  of  per email  

 

 

 26 november 2009

7e  jaargang – nummer 35

SINTERKLAAS – GEDACHTEN EN HERINNERINGEN

,,Alles woelt hier om verandering”. Zucht u daar ook wel eens over?

Alles verandert, de wereld om ons heen, het denken over de dingen. Vermoeiend.
Pas liep ik door het winkelcentrum. Het was er gezellig druk en er heerste een sfeer van vergenoegdheid en verwachting. Niet in het minst veroorzaakt door de zoete klanken van sinterklaasliedjes.
Er viel me ineens wat op. Sint was alleen eigenlijk goedheiligman tegenwoordig. Goedig en hartelijk zonder één kwaad woord. Een roe zag je nooit meer bij zijn uitrusting. Je hoorde alleen liedjes over de zonnige zijden van de kindervriend.
Ik herinner me van vroeger ook andere aspecten aan de bisschop. Hij kon ook toornen. ,,Kijk eens even, zwarte Piet, of je ook stoute kinderen ziet”, lag hem voor in de mond. Piet had ook altijd een grote, grauwe zak bij zich die wachtte op een balsturig of brutaal kind. En dat ging naar Spanje. Ik stelde me dat land voor als een naargeestige poel van ellende waar het droef toeven was. Toen ik een paar jaar geleden Spanje bezocht, viel het me alleszins mee.

De Sinterklaasvieringen thuis waren opgewekt en vrolijk van aard. Mijn ouders hadden ook nooit, zelfs niet in de grootste diepen van pedagogisch onvermogen, de aanstaande komst van de Sint op een dreigende toon te berde gebracht.
Vaste prik was de komst van de heilige zelf. Hij was gehuld in een rood kleed met in het midden de afdruk van een asbak. En nu zegt u: ,,Dat heb je van Toon Hermans”. Nee hoor, het was echt het kleed van onze voorkamertafel. Dat ze bij Toon ook zoiets hadden, kan ik niet helpen.
Zodra Sint binnentrad grauwde hij tegen Piet: ,,Wat sta je daar te lummelen, in de hoek jij. Als ik je nodig heb, roep ik wel”. Het moet een heerlijk moment voor hem zijn geweest, want oom Joop, die was het, had weinig bij zijn vrouw in te brengen en nam één keer per jaar de gelegenheid waar haar onder uit de zak te geven.

Er was nooit meer dan één cadeautje van eenvoudige aard. Ik herinner mij een timmerdoos. Op de doos stond een uitsloverig hamerend mannetje afgebeeld, maar ocharme, de inhoud: een pover klein hamertje, een schaafje van miniscule omvang, een paar velletjes schuurpapier en nog wat armoedig spul. Maar ja mijn arme ouders deden wat ze konden; er was eenvoudig geen geld voor meer.

Wel kregen we standaard een grote chocoladeletter, een nog groter suikerbeest en een heel grote speculaaspop. Ik herinner dat ik een keer pas op Nieuwjaarsdag het restje van mijn chocoladeletter op at. Dat is wat anders dan tegenwoordig. Nu zie je scholieren die in een paar happen een letter wegwerken, voor ze de lege doos op straat gooien.

Denkend aan Sinterklaas schiet mij nog iets te binnen. Het bedrijf waar mijn vader werkte bood alle medewerkers met hun kinderen op 5 december een groot feest aan. Alle kinderen mochten even op het podium komen om uit mond en handen van de bisschop een licht vermanend toespraakje en een cadeautje in ontvangst te nemen.
Mijn vader die er altijd plezier in had mij voor gek te laten staan, fluisterde mij in dat ik Sint moest vragen hoe het met Franco gesteld was. Sints gezicht betrok. Als een haas rende ik weg met mijn presentje, bang dat hij het mij weer zou afnemen. Later vertelde mijn vader me dat Sint gegromd had: ,,Geen politiek op mijn verjaardag”.

Mijmerend ontdek ik dat er veel sinterklaas in mijn jeugd zit. Nog één herinnering en niet de mooiste. 
Als jongens liepen wij in de Sinterklaastijd veel heen en weer in de Zwart Janstraat in Rotterdam, voor mij de gezelligste winkelstraat van de wereld. Vooral in dat bepaalde jaargetijde. Toen ook die sfeer van opwinding en verwachting.
De straat was prachtig versierd en op de etalages kwam je nooit uitgekeken. En veel sinterklazen. Ik stelde daar geen vragen over. Ik zag ze misschien als hulpen van de enig echte of als reďncarnaties daarvan. Ik stond er gewoon niet bij stil.
Onthutsend was wel dat wij plotseling halverwege de straat twee Sinten in dreigende houding tegenover elkaar zagen staan. Beide in een pover aandoende kledij en beide in kennelijke staat. Plotseling grepen ze elkaar beet en het duurde niet lang of ze lagen vechtend over straat te rollen, hun ambtsgewaad besmeurend door de smeltende sneeuwresten. Ze sloegen een taal uit waarvan het Vaticaan zich grondig zou distantiëren. De oorzaak van het handgemeen liet zich raden. Waarschijnlijk had de een de grenzen van het te bearbeiden gebied van de ander overschreden?
Ik was er dagen stil van. Maar tegenwoordig is Sint dus alleen maar een in een roze wolk verkerende kindervriend, van wie geen enkele dreiging uitgaat, die niet beschonken is en geen straattaal uitslaat.

Dát waren andere tijden, terug naar de onze

.

 

reageren?  naar het gastenboek  of  per email  

 

 

 19 november 2009

7e  jaargang – nummer 34

,,KAN HET U NIET SCHELEN DAT WE VERGAAN?” (Marc.4:38)

,,Heer, U weet dat in veel landen christenen tot het uitvaagsel van de maatschappij horen. In een groot deel van de wereld zijn uw kinderen opgejaagd wild. Vogelvrij. Maar bij ons in Noord-Korea is misschien het droevigst.
Op z’n minst 50.000 christenen zitten in gruwelijke concentratiekampen. Slaan ze hun ogen omhoog dan worden ze geranseld. ,,Er is geen hemel dus je hoeft er ook niet naar boven te kijken”.
Die strafkampen zijn zo vreselijk. De gevangenen krijgen vrijwel niet te eten en moeten achttien tot twintig uur per dag werken. Onbeschrijfelijke folteringen worden toegepast. Het is gebeurd dat kampbewoners met gloeiend hete olie overgoten werden. Kinderen mogen niet ter wereld gebracht worden. Soms worden met pijnlijk gif miskramen opgewekt. Het is gebeurd dat er toch een kindje ter wereld kwam, dat werd door de kampbeulen doodgeschopt. 
Ik zal maar niet meer vertellen. Heer. Deze dingen hebben míjn ogen gezien. Maar úw ogen hebben het toch ook allemaal gezien. Wij vergaan. Dat ziet U toch. Kan U dat niet schelen, Heer?
Heer, wij zijn uw kinderen. Uit uw hand voortgekomen. U bent een God die mensen te hulp komt, die kan redden uit de vreselijkste situaties. Uw Woord is er vol van. Maar waarom anderen en ons niet? U weet toch van onze knagende honger en dorst. U voelt toch onze pijn. U hoort ons toch huilen. We vergaan en dat moet Ú toch ook vreselijk vinden. Help ons toch!”

Noon ek Lee

Noon ek Lee bestaat niet. Maar de genoemde feiten zijn allemaal aan de werkelijk- heid ontleend. Laten we bidden om een wonder in Noord-Korea. Een wonder van bevrijding.

Dit lezend en wetend realiseer je je: wat hebben wij het toch ongelofelijk goed. Thuis kunnen we in alle vrijheid bidden en bijbellezen. We zijn nog nooit uit elkaar gejaagd en in elkaar geslagen als we ’s zondags bij elkaar kwamen.
Onze voorganger is nog nooit ontvoerd (tot nu toe tenminste niet). Christenzijn kost ons weinig, maar ach die anderen…

Bid mee! Schrijf mee naar vervolgde christenen! Informatie en schrijfadressen bij www.opendoors.nl   info@opendoors.nl  

 

reageren?  naar het gastenboek  of  per email  

 

 

 12 november 2009

7e  jaargang – nummer 33

ISRAËL-LIEFHEBBER?

Dan mag u beslist niet missen:

DOORWANDEL HET LAND, verslag van een voettocht door Israël.Judith Galblum Pex en haar man John nemen u in dit fascinerende boek mee op hun voettocht over de National Trail in Israël. Dit is een 960 kilometer lange  wandelroute van de Egyptische grens in het zuiden tot aan de Libanese grens in het uiterste noorden. In deze 42 dagen durende reis door het oogstrelende Israëlitische landschap, langs Arabische dorpjes, bedoeďnenkampen en islamitische, joodse, christelijke en druzische heiligdommen ontdekken ze: plekken waar bijna geen toerist komt; lichamelijke uitdagingen en geestelijke testen; culturele botsingen en historische inzichten en lessen over vrede, geloof en volharding.
Met 16 pagina’s kleurenfoto’s; ISBN 978-90-6318-2892, prijs € 18,90, uitg. Novapres B.V. Hoenderloo.

HOE MIJN BEMINDE MIJN EX WERD

(Mijn inzending naar schrijfopdracht ,,Schrijf in de krant”, thema ,,Mijn ex”” van Dagblad Trouw).

Gelukkig hoor ik niet bij het leger der slapelozen. Een goede vriend van mij maakt daar wel deel van uit. Bewogen hoor ik zijn verdrietige relazen.
Toch, af en toe, verkeer ik in een toestand van volstrekte slapeloosheid, een toestand van ongewone helderheid. Dan blijft de slaap ver weg. En dan komt zij altijd weer in mijn gedachten. En altijd blijft er een vreemde mengeling van intens verdriet en diepe vreugde over.
Wij konden geen dag zonder elkaar. Meestentijds was ik ’s avonds thuis, dan tilde ik haar op schoot en zaten wij urenlang zwijgend bij elkaar.
Ik kreeg nooit genoeg van het kijken naar de grappige wijze waarop zij haar neusje optrok. Die uren schenen minuten. Onophoudelijk streelde ik haar terwijl zij zich vol liefde tegen mij aandrukte. Liefkozend noemde ik haar Flappie.
Er was sprake van opperste harmonie. Tot ja, tot de tijd aanbrak dat zij zich vreemd ging gedragen, heel vreemd. Ik wil haar nagedachtenis niet bezoedelen. Alleen dit: met haar gedrag viel niet meer te leven. Een van haar vreemdste neigingen – lang niet de ingrijpendste – was het onklaar maken van allerlei bedradingen in huis, wat pijnlijke problemen opleverde.
Er kwam een moment dat het niet langer kon. Over wat nu volgt heb ik altijd gezwegen maar nu moet een gruwelijke ontboezeming volgen.
Ik moest mij van haar ontdoen, hoe vreselijk ook. Ik moest scheiden maar kón het niet. Tenslotte: ik moest scheiden en toch niet abrupt met haar breken..
Het was eerste kerstdag van het jaar 2002. Toen heb ik haar in mij opgenomen. Vraag niet hoe. Het was vreselijk en verrukkelijk. Maar nooit zal ik haar vergeten,oogsthoe.jpg (36316 bytes) mijn lieve Flappie, mijn dierbare konijn.

IETS TOTAAL ANDERS

Zoals altijd is ook het nieuwste nummer van ,,de Oogst”, van de Stichting ,,Tot heil des volks” uit Amsterdam, interessant en belangwekkend. Ieder nummer van dit radicaal-christelijke blad is van belang. Maak kennis en vraag een nummer aan: info@deoogst.nl – website www.totheildesvolks.nl 

 

reageren?  naar het gastenboek  of  per email  

 

 

 5 november 2009

7e  jaargang – nummer 32

INTERRESSANTE WEBSITES

http://god-blog.nl – hier kun je gratis een weblog laten aanmaken die gerelateerd is aan het geloof. Je krijgt een eigen schrijfplein, 30 mb gratis upload ruimte, eigen unieke weblognaam.

Hebt u de Sons of Korah al psalm 117 Live All You Peoples All you Nations horen zingen? Vlug naar www.sonsofkorah.nl 

Het is nog vroeg in den ochtend en nu al zit ik met een brok in mijn keel. Ik heb zojuist geluisterd naar mijn achternichtje, de lyrische sopraan Karlijn van Baardewijk. Via haar site www.karlijnvanbaardewijk.nl kunt u bijvoorbeeld horen ,,O let me weep” van Purcell. Wat een sterke stem.

www.grootnieuwsradio.nl – 7 x 24 uur radio met Geloof, Hoop en Liefde. 
Veel muziek, interviews, reportages, verslagen, boekbesprekingen enzovoort, enzovoort. Bewonderswaardig van die lui dat ze zoveel zinvolle programma’s bieden.

OPGEMERKT

Bijna de hele bankwereld is in de ban van de ping.

KERKCAFÉ

Jezus redt
Jan met de pet
zei de dominee
tijdens het kerkcafé
en zonder heibel
lazen we uit de bijbel
na afloop de geest verlicht
tot nader orde gesticht
einde bericht
en het gelaat
naar de hemel gericht.

(dichter Janneman uit ,,Straat” nummer 312)

LEESADVIES

Wat kan ik u dít aanraden:

DE DIKKE RIKKERT door Rikkert Zuiderveld.
Liedsteksten * plezierdichten * sprookjes * sonnetten.
 
Wat een knappe dichter is hij toch. Alleen jammer dat die kunstige en geestige diergedichten ontbreken.

GELEZEN

,Ik en mijn muis – wij zullen de Here dienen”.
,,Het tegenovergestelde van liefde is niet haat, maar onverschilligheid”. (Elie Wiesel)
,,Stilte is de remedie tegen alle kwalen” (Talmoed)

,,Troost u, u zou Mij niet zoeken als u Mij niet reeds had gevonden”.
(Pascal over het zoeken van de mens naar God)

.

 

reageren?  naar het gastenboek  of  per email  

 

 

 22 oktober 2009

7e  jaargang – nummer 31

KOEKENBAKKER MAARTEN ’T HART

’t Moest niet zo zijn, maar ’t is wel zo: nogal wat christenen hebben een soort min- derwaardigheidsgevoel ten opzichte van niet-christenen.
Met name op leesgebied. Bedoelde christenen denken dat alleen ongelovigen goeie boeken kunnen schrijven. Dat klopt van geen kant.
Als je regelmatig in de bibliotheek rondscharrelt kom je boeken van hoog-literaire schrijvers tegen die zo verdorven zijn dat er geen enkele uitnodiging tot lezen van uitgaat en verder is er ook onder de niet- christelijke literatuur gigantisch veel bagger en onbenul.
Anderzijds verschijnen er regelmatig goede, christelijke boeken, maar dat schijnt niet altijd door te dringen. Aan het eind van deze aflevering noem ik wat van die boeken.

Nu maar eens over DE GROTE LITERAIRE SCHRIJVER MAARTEN ’T HART, die een poosje geleden weer een magistraal werk afgescheiden heeft, ,,Verlovingstijd”. Ik heb dit ongare product van de koekenbakker/boekenkakker Maarten ’t Hart gelezen. Het is af en toe best leuk je ‘es te ergeren. Het schijnt ook niet slecht voor je hart te zijn.
We leven in een vreemd land. Er zijn recensenten van naam (,,zéér bekwaam” om Wim Kan te citeren) die ,,Verlovingstijd” de hemel in geprezen hebben (wie het vatten kan, vatte het). Hans Werkman die in het ,,Nederlands Dagblad” het boek gelukkig tot fijn gehakt vermaalde begrijpt daar ook niets van.
’t Gaat over een jongen (de grote Maarten zelf, tenminste, dat neem ik aan ) die voortdurend verliefd is maar zich die vriendinnetjes laat aftroggelen door een vriend. Wie laat dat nou zo stompzinnig over zich komen? Enfin, dat gaat in eindeloze monotonie voort.
Zoals altijd is ook dit boek van ’t Hart doorspekt van aftandse grapjes en gezochtheden.’t Hart zit er vol mee als de bok van keutels.

’t Hart heeft het christelijk geloof ver achter zich gelaten. Dat is iets voor de aller- domsten. En dat wil hij weten ook. En toch blijft hij het gereformeerde mannetje dat hij is en altijd zal blijven, tot zijn dood toe. Het kleine en benarde en kortzichtige dat je ook bij nog al wat gereformeerden vindt (ik weet het, ik hoor er ook bij) – je loopt er voortdurend tegenaan.
Het oubollige dat mijn goede vader had en met hem al mijn gereformeerde ooms (ik spreek nu van vijftig, zestig jaar geleden) dat zich uitte in grapjes, moppen en raad- sels, kneutert je van vele, vele pagina’s bij ’t Hart tegen, nu in 2009. Met het air van ,,Nou ga ik toch eens wat leuks vertellen”, tovert hij het ene na het andere lolletje uit zijn gereformeerde hoge zije.

Wat ik ook heel frappant vind dat zijn die smalende opmerkingen over zogenaamde ongerijmdheden in de Bijbel (ik herinner ze me allemaal van de gereformeerde knapenvereniging), u weet wel van het genre: waar haalde Kaďn zijn vrouw vandaan? En: hoe kan een ezel nou spreken?. Nou, denk ik dan, waarom zou Maarten ’t Hart kunnen spreken en een andere willekeurige ezel niet.
Ik herinner me vaag een voorbeeld uit het boek. De hoofdpersoon betrapt een meisje op het lezen van de Bijbel, natuurlijk is ze verdiept in een gedeelte waar ’t Hart al een heel leven op afgeeft. Hij wringt altijd zo dat hij weer even kan katten.
Gezochte flauwiteiten, onwaarschijnlijke ontwikkelingen enzovoort, enzovoort ,,Verlovingstijd” puilt er van uit.

Eigenlijk vind ik ’t Hart een sneue man. Als je eindeloos jezelf herhaalt en erger: als je je hele kostbare leven besteedt aan schoppen tegen het christelijke geloof, op een benedenmaats niveau, aan smalen en aan smaden en roddelen, aan zeuren en kankeren leidt je maar een droefgeestig bestaan. Wat een armoe en platheid.
En altijd maar met dat vuistje tegen de hemel en boeken als ,,Wie God verlaat heeft niets te vrezen”. Nou daar zal hij achterkomen.
Maar hij is niet alleen een beetje zielig. Hij is ook een bron van verleiding. Aan hoeveel scholieren werden zijn boeken niet opgedrongen en hoevelen heeft ’t Hart (sympathisant van nihilist Nietzsche) niet tot twijfel en ongeloof gebracht. Wat een verkeerde en verwrongen indruk van het geloof heeft hij zijn lezers opgedrongen. En hoeveel christenouders wisten ervan en deden niets?
Prof. J. Kamphuis heeft een indringend boekje geschreven ,,Nietzsche in Nederland” waarin het o.a. gaat over ’t Hart. De haat tegen de levende God van Nietzsche is ook de haat van Maarten ’t Hart.

Hoe kan het toch dat ’t Hart de Bijbel leest en toch niet die uitnodigende armen van God ziet?
Hoe kan het toch dat ’t Hart, ik noem maar wat, de pastorale brieven leest en niet van zijn stuk raakt door die verrukkelijke woorden van liefde en genade? Hoe kan het toch dat ’t Hart niet overweldigd wordt door die hartveroverende tekenen van Gods liefde en trouw?
Maar ook voor Maarten ’t Hart is er een uitweg uit het slop van verwarring en opstand – dat hij de weg mag vinden. Nu is er nog gelegenheid voor.

Hieronder zomaar wat christelijke boeken. Het aantal titels is met vele te vermeerderen:
Peter de Vries – Het lam

Pieter Nouwen – Het negende uur
Janne IJmker - Achtendertig nachten

Peter Callens – Besef van ooit
Guurtje Leguijt – Niemandsland
Mirjam van der Vegt – Schaduwvlucht.

 

reageren?  naar het gastenboek  of  per email  

 

 

 15 oktober 2009

7e  jaargang – nummer 30

PLEIDOOI

,,Here God, uw naam bent Uzélf. Ónze namen zijn wíjzelf en die namen hebt U geschreven in uw handen. Wij zitten U op de huid. Kijkt U naar uw handen dan ziet U ons.
U bent zo innig aan ons gehecht dat U ons altijd voor ogen wil hebben.
U moet er niet aan denken dat namen en mensen uit uw hand vallen.
Daarom bezweert U ze met alle klem: ,,Kom tot Míj. Buiten is er geen leven en geen toekomst”.
Want er is er een werkelijkheid waar U niet aanwezig kan en wil zijn.
U begrijpt al waar ik heen wil. Ik herinner U aan mijn vier jongere broers. Alle vier hebben ze U afgewezen. De een half bewust en nonchalant. De ander bewust en agressief.
We hebben met hen gepraat tot we geen woorden meer hadden. Ons aanhoudende gebed bracht geen omkeer. En zo kwam er een dof verdriet in ons leven.
We bleven pleiten voor hen. Red ze toch. Sléép ze erbij. Hun namen zijn U toch bekend.
Twee zijn er al overleden zonder zich naar U toegekeerd te hebben. Wat is hun toekomst? Die vraag maalt maar door ons heen.
Ik herinner U aan wat er gebeurd is. Op veel te jonge leeftijd maakten ze mee dat beide ouders na een slopende ziekte op veel te jonge leeftijd overleden. De spanning die ze doormaakten, de angst en de onrust… Niet te verdragen voor kinderen.
Het leven moest voor hen nog beginnen en toen vielen de wegwijzers al weg.
Ze werden liefderijk opgenomen door anderen. Maar na een maand leden ze weer een verpletterend verlies: de jongste, een meisje, kwam om.
Ik zie ze nog lopen op het kerkhof bij de laatste begrafenis. De twee jongsten van de vier wáren al zo klein, maar nu waren het mensjes , bijna tot niets geworden.
Here God, zeg nou Zelf, dat is toch teveel voor kinderen.
En bij het opgroeien werd ze vaak tekort gedaan. Ze zijn beschadigd door goedbedoelde maar domme woorden en gedragingen. Ze raakten ontredderd en stuurloos. En ze dachten niet meer aan uw handen met hun namen.
Here God, als ze nu voor uw troon zullen staan, denkt u dan alstublieft aan alles wat ze moesten meemaken en treedt ze in uw grote wijsheid en liefde tegemoet, neem ze in uw ontfermende handen. U bent toch een Váder, die alles begrijpt.

Anoniem.


Uit ,,Opbouw" van 9 oktober j.l. - een najaarsspecial ,,Weg van God". Artikelen, brieven, gedichten over opgroeiende kinderen die de kerk verlaten hebben.U kunt dit waardevolle en oriënterende nummer aanvragen bij administratie@opbouwonline.nl of telefoon 0343 575027.

 

 

reageren?  naar het gastenboek  of  per email  

 

 

 8 oktober 2009

7e  jaargang – nummer 29

HEBT U OOIT GEHOORD 

dat b.v. kraaien of duiven ergens gaan zitten om langdurig naar andere kraaien of duiven te kijken?
Ik denk het niet. Naar eigen soort kijken is typisch iets voor mensen.
Zo zaten mijn vrouw en ik geruime tijd op een terrasje om al koffiedrinkend andere mensen gade te slaan.
,,Ongelofelijk, hč, al die dikke mensen”. Ik had het ook opgemerkt maar omdat we het er al eerder over gehad hadden, begon ík er niet over. ,,Ik denk dat het vandaag gewoon dikkemensendag is”, zei ik.
,,Nou dan is het zeker iedere dag dikkemensendag”, schamperde ze..
,,Waar komt dat toch van?”. Ik antwoordde alleen: ,,In de oorlog zag je ze niet. Ja, op het laatst, van de hongeroedeem”.
,,We consumeren gewoon te veel”, zei ik verder met opgeheven wijsvinger ,,Wat denk je, al die verjaardagen, jubilea, familiefeestjes, barbecues kunnen toch niet zonder gevolgen blijven?”.

Ik sprak uit ervaring. Twee keer per jaar komen wij bijvoorbeeld bij een naast familielid om haar en zijn verjaardag te vieren. Je bent koud binnen of je wordt al overvallen met koffie en een enorm stuk taart. Ik vroeg pas aan mijn vrouw: ,,Moeten we hier eigenlijk niet apart voor bidden?”.
In de loop van de avond worden we geconfronteerd met nootjes van allerlei soorten en maten, hapjes rauwkost, toast met een variatie van visbeleg, toast met boursin, zoute stengels, stukjes kaas en worst, komkommer. 
Enfin, teveel om op te sommen.
Ook vloeien de bowl, de sapjes, de wijn, het pils en nog wat sterkers overvloedig.
Aangezien ik een zwak karakter heb en moeilijk ,,nee” kan zeggen is de gewoonte ontstaan dat mijn vrouw en nog een naaststaand familielid mij na beëindiging van het feestje de deur uit rollen.
Dikte komt gewoon van te veel eten. ,,Elk pondje gaat door het mondje”.
Ja, maar dat is te kort door de bocht.

Ik lag een keer in het ziekenhuis, op de cardiologie-afdeling. Bij het raam, links als je de zaal binnenkomt, en rechts van me lag een andere mannelijke patiënt. Ik had op straat veel dikke buiken gezien, maar de zijne overtrof alles. Zijn buik onttrok de naast hem liggende patiënt volledig aan mijn belangstellende blik.
De cardioloog komt bij hem en zegt: ,,Die pens moet eraf”. (Ja, sorry, zó zei hij het). ,,Ja, dokter”, geeft de man terug,” ik weet het maar,ik ben gescheiden en veel alleen en u weet hoe dat gaat: ’s avonds bij de t.v. stukje worst, stukje kaas, borreltje en het vliegt eraan”.
,,Weet ik”. Zei de arts begripvol, ,,verdrieteter, maar toch moet-ie pens eraf”.
Ik bedoel: veel mensen proberen hun verdriet en hun eenzaamheid weg te eten. Begrijpelijk maar het heeft dus wel gevolgen. De specialist vertrok en merkte nog korzelig op: ,,Veel mensen graven hun graf met hun eigen tanden”.

Volgens mij moeten we terug naar de soberheid van vroeger en zeker ook hopen op vermindering van het leed dat eenzaamheid heet.
We moeten terug naar kariger verjaardagen, en feestjes en recepties en we moeten nodig het aantal barbecues terugbrengen tot hooguit twee per jaar. En dan, nou bij elke leuke gelegenheid gewoon een mariakaakje en een glaasje gazeuse. ’t Is niet anders. Dat zou pas verstandig zijn maar evengoed moet ik er niet aan denken.

 

reageren?  naar het gastenboek  of  per email  

 

 

 24 september 2009

7e  jaargang – nummer 28

HERKENNING IN DE HEMEL?

Van Jacqueline van der Waals las ik eens een opmerkelijk gedicht. Het heet ,,Moeder”.

Moeder naar wier liefde mijn verlangen
Sinds mijn kinderjaren heeft geschreid,
Ach, hoe zult gij mij zo straks ontvangen
Na de lange scheidenstijd?

Zult gij me aanstonds als uw kind begroeten,
Als ‘k ontwaken zal uit mijnen dood?
Zal ik nederknielen voor uw voeten
Met mijn hoofd in uwen schoot?...

Maar wat dan? Wat zult gij tot mij zeggen,
Bij het ver gegons van de engelenschaar,
Als ge uw jonge, blanke hand zult leggen
Op dit oude, grijze haar?

Een loepzuiver gedicht, al is de taal wat verouderd.

Toen de dichteres 13 was verloor ze haar moeder. Wat heeft ze die moeder verschrikkelijk gemist en wat heeft ze naar haar verlangd met een schroeiend verlangen. Ze was misschien 54 toen ze dit vers schreef. Vlak voor haar overlijden. U merkt: ze gaat er bijna als vanzelfsprekend van uit dat er herkenning is in de hemel. Een vreemde herkenning. En hoe zal het zijn met de leeftijdsverschillen? Een ontmoeting van een oude dochter met een jonge moeder. 

De vraag komt op: hoe zal dat zijn? Zien we elkaar in de toekomst? Herkénnen we elkaar in de hemel of op de nieuwe aarde? Zal het zo zijn dat we direct na ons sterven bij God thuiskomen, en verbijsterd staan van de grote glorie die Hij uitstraalt? Zou het ook zo zijn dat we onze oudste Broer, de Here Jezus mogen aanspreken, bij voorbeeld?

En zullen we, van de eerste verbazing bekomen, op onze geliefden afrennen?

O, wat willen we dat graag. Elkaar zien, elkaar herkennen, elkaar omhelzen. Eindelijk thuis en eindelijk weer samen. Maar staan we dan afgezonderd van de anderen, als gezin, als familie. Trekken we ons terug met ons eigen volkje?

Hoe zal het gaan? U en ik weten het niet.

Wat we wel weten is dat God gezegd heeft: ,,Het is niet goed dat de mens alleen is”. Er zijn veel mensen alleen en eenzaam, maar het is niet de bedoeling, het is niet goed. Huwelijken, relaties, gezinnen, vriendschappen zijn haast onmisbaar. Mensen hebben mensen nodig. Ze kunnen niet zonder elkaars warmte, nabijheid en hulp. Om in een je bedreigende wereld staande te blijven, moet je een ander in de buurt hebben om op te steunen.
Maar dat geldt voor nu, voor deze levenstijd.

God – met Hem mag je omgaan als met een Vader, die je geen dag kan missen. Maar nu is Hij nog buiten je gezichtsveld. Je gelooft door alles heen dat Hij aanwezig is maar je ziet Hem niet.

In de toekomst is dat anders. We zullen Hem met eigen ogen zien, wij zijn bij Hem thuis. Bij Hem die nu een ontoegankelijk licht bewoont maar dan in het volle licht kom te staan, voor hen die hun tot hun heil verwachten. We zullen elkaar zien, allemaal, en we zullen elkaar herkennen, allemaal.

En dan zijn al die bijzondere relaties van nu overbodig geworden. We zijn elkaar allemaal even lief en we staan elkaar allemaal even na. We kennen en herkennen elkaar dan ten volle. We zien er naar uit.

 

reageren?  naar het gastenboek  of  per email  

 

 

 17 september 2009

7e  jaargang – nummer 27

TREURIG EN AANGRIJPEND

is altijd de dood van een kind.

Hieronder twee gedichten over het sterven van een kind, het eerste is van Jules de Corte, het tweede van mezelf.

Nu is kleine Anita nooit meer bang
Niet voor de grote honden van oom Jozef
Niet voor de ogen van vreemde mensen
En ook niet ’s nachts, al is het nog zo donker
En als het stormt vindt ze dat echt niet erg.

Kleine Anita is ook nooit meer stout
En lastig met het wassen of het eten
Niet huilerig of plagerig of kattig
Broertje mag voortaan best met alles spelen
Ja, als hij wil zelfs met het poppenhuis

Kleine Anita is ook nooit meer moe
En nooit zal zij meer pijn hoeven te lijden
En zeker niet zo erg meer als die middag
Toen ze haar stervend van de straat opraapten
Wat weer eens oponthoud gaf in het verkeer.

GESTORVEN KIND

Het maakt je zo verlegen en zo radeloos:
Zo’ n dood, stil kind, het is er wel en niet,
Niemand kan zeggen wat je eigenlijk ziet,
het is niet meer van hier, zo klein en sprakeloos.

Als nu toch eens de Heiland kwam en sprak,
en het, net als Jaďrus’ dochter, liet herleven,
en dat het kind, na haast onmerkbaar beven,
dan de ogen opsloeg en naar Hem de hand uitstak…

De Heiland komt; Die alles nieuw zal maken,
zal ook dit kind voor eeuwig doen ontwaken.

KLEINE VLINDER

Over de dood van een 13-jarig meisje schreef ik het boekje ,,Kleine vlinder”.
De vijftigjarige Annemarie van Galen schrijft een fictieve brief aan Elsje van Gorcum, die als kind omkwam in het verkeer.
Toen dat gebeurde waren zij beide dertien jaar.
Annemarie heeft al die jaren getreurd om de dood van haar ,,hartsvriendinnetje” aan wie zij geen enkele tastbare herinnering mocht bewaren.

Jezus en het dochtertje van Jaďrus.

 

reageren?  naar het gastenboek  of  per email  

 

 

 10 september 2009

7e  jaargang – nummer 26

HET CHRISTENDOM IS ZO GEK NOG NIET

Pas in onze buurt, 's avonds laat, een paar jonge meiden, gillend en schreeuwend en te dronken om verder naar huis te lopen.
Agressief geweld op plaatsen waar veel mensen samen zijn tegen hulpverleners, politie en ordebewaarders.
Zo' n vreselijke Paul de Leeuw die op Goede Vrijdag-avond voor het journaal van acht uur z' n publiek animeert met de belofte van een spetterende avond en grijnzend uitkraamt: ,,Laat Jezus' maar lekker hangen." 

Zomaar een paar dingen. Al heb je nog zo' n hekel aan lamenteren en misstanden aan de orde stellen, 't is niet anders: we leven in een wereld met ontkerstende normen en waarden, met een ontkerstende manier van omgaan met de dingen, met een ontkerstend taalgebruik en nog meer. Een wereld die soms beangstigend overkomt.
Je gaat neigen tot de gedachte: we moeten er maar het zwijgen toedoen met de gedachte aan dat Bijbelwoord: ,,Daarom zwijgt de verstandige in die tijd want het is een boze tijd." (Amos 5:13).

Ja, wacht even, zwijgen is toch eigenlijk het laatste dat we doen moeten. En in onze schulp kruipen ook.
Die bij ons is sterker dan die bij de anderen is. En we mogen ons voeden met een overstelpend rijk Evangelie en nu al zijn we meer dan overwinnaars.
En als we geďmponeerd zijn door die overweldigende wereld en het enorme wetenschappelijk kunnen dan moeten we b.v. eens het boek van D'Souza ,,Het christendom is zo gek nog niet" (Nieuw Amsterdam Uitgevers) lezen.
U mag weten: ik ben er helemaal ondersteboven van. Het is een fascinerend boek dat de leegheid en de onmacht van het atheďsme en het ongeloof aan de kaak stelt
en je overtuigt van de glorie van het christendom.
M.n. studerende jongeren: lees dit boek en je kunt de wereld aan. Heb je ook last van een beetje een christelijk minderwaardigheidsgevoel, dit boek helpt je er vanaf.

De uitgever meldt over dit boek: ,,Kan een intelligent, goed opgeleid mens werkelijk geloven wat de Bijbel zegt? Of hebben atheďsten het bij het rechte eind? Is het christendom door de wetenschap weerlegd, met zijn heilzame pretenties voor joker gezet en als morele gids in discrediet gebracht?
Dinesh D'Souza benadert het christendom met een sceptische blik, maar geeft sceptici van hetzelfde laken een pak. Het resultaat is een boek dat vraagtekens zet bij de ideeën van twijfelaars en gelovigen, maar er geen twijfel over laat bestaan dat het christendom, alles welbeschouwd, zo gek nog niet is. Verhelderend, uitdagend, prikkelend, controversieel"
.

 

reageren?  naar het gastenboek  of  per email  

 

 

3 september 2009

7e  jaargang – nummer 25

        
          KORT DOOR DE BOCHT
  • Toenemende christenvervolging overal – ons lichaam gaat steeds meer pijn doen.
  • Een dag zonder gebed voor de vervolgde kerk is een dag niet geleefd.
  • In een wachtkamer bladerend in allerlei bladen zie ik maar één conclusie: zo blijven dan sex, rijkdom en roem, maar de meeste van deze is de sex.
  • De wereld lijkt steeds meer op een anorexiapatient: hongerend terwijl er Brood onder handbereik is.
  • Als gelovigen lijken we steeds meer op kinderen die allemaal tegelijk bij Vader op schoot willen zitten.
  • Als je niet van God bent, van wie ben je dan?
  • Dat zoiets groots als het christelijk geloof soms zo klein beleefd kan worden…
  • Als kind dacht ik dat de Here God ook gereformeerd-vrijgemaakt was.
  • De duivel is zo slim, hij kiest elke keer een andere schutkleur en dan tuinen we er weer in.
  • Als de kerk je moeder is, gedraag je je toch niet als een kostganger.
  • Mensen liggen soms begraven naast het plantje dat hun leven had kunnen redden.
  • Wat heeft moeder aarde allemaal niet van ons moeten slikken?
  • God kan ook zijn spierballen laten zien.
  • We lijken wel vaak zo aardig maar als God een boekje over ons opendeed…
  • Na jarenlange omgang ga je steeds meer op je computer lijken.
 

reageren?  naar het gastenboek  of  per email  

 

 

27 augustus 2009

7e  jaargang – nummer 24

Hij was verbijsterd. En dat is niet teveel gezegd.

,,Hij” was een overigens beste vent, maar hij sprak altíjd en luisterde nóóit.  Over welk onderwerp ook, hij praatte aan één stuk door, begaf zich voortdurend op zijwegen waarop hij meermalen verdwaalde, en wat jíj opmerkte drong nooit tot hem door.
Tot ik er een keer genoeg van had. Hij zei iets, ik haakte er op in en bleef constant doorpraten, ďn één lange dreun dwars door zijn woorden heen en stopte pas toen hij me met stomme verbazing aankeek. Ik zei tegen hem: ,,Weet je wel dat jij nóóit luistert naar een ander?”
,,Is dat zo?”, vroeg hij. Hij had het niet eens in de gaten. Hij sloot zich gewoon af.

Dit is natuurlijk wel  extreem, maar het valt me voortdurend op hoeveel mensen praten terwijl ze niet naar elkaar luisteren. Ik heb er zelf ook nog al eens moeite mee. Sommige mensen doen wel alsof ze je horen maar eigenlijk zijn ze al lang bezig een reactie te bedenken of heel ergens anders met hun gedachten.
Ik denk wel eens: als God net zo slecht luisterde naar ons als wij naar elkaar dan zou het voor ons niet best zijn.
Wat ís dit toch? Zijn we zo vervuld van onszelf dat we een ander helemaal niet toelaten?  Vinden we onze visie en onze woorden de enig denkbare?
Of zijn we bang ons teveel te belasten met de woorden en gedachten van een ander? Zitten we zo vol met wat óns bezighoudt aan indrukken en gevoelens dat er voor een ander geen plaats is? Lopen we  zo niet het gevaar eenlingen te worden met muren om ons hart? Helemaal alleen op een eilandje met onze eigen gedachten en gevoelens. Eenzaam en ontoegankelijk.
Je wil wel contact maar het lukt maar niet:  écht luisteren en bij een ander stuit je op hetzelfde.
Veel mensen lijken eilanden, of schepen die in de nacht elkaar passeren. Veel mensen zijn digitale eenzamen.

Ik denk even aan Karst T., de dader van de aanslag op Koninginnedag. We weten weinig van hem maar misschien was hij ook zo iemand,  eenzaam met gedachten en gevoelens die helemaal een eigen weg gingen. Met boosheid en frustraties. Geďsoleerd. In het tv-programma  ,,Rondom tien” waren teveel mensen die zich het gedrag van Karst T. konden voorstellen. Gefrusteerde, bittere, boze, Nederlanders. ,,Ik ben eenzaam en wanhopig” zei een vrouw. Een ander: ,,Ik herken mezelf in de figuur van Karst T, ik begon ook moordplannen te ontwikkelen”, zei een ander. Wat verontrustend dat die verschrikkelijke daad zo goed begrepen wordt.
We praten veel. Op straat en in openbare ruimten: je bent voortdurend hoorder van het gepraat van anderen.  Van b.v. die mobielkwekkers die nooit ophouden.

Ik kom hierop omdat ik pas een gesprek had met iemand wiens taak het is om te luisteren.
Ik had opgemerkt dat je soms een bron aanboort. Er is het gewone gekwebbel en heen-en-weer gepraat over onbelangrijke dingen en ineens doorbreek je dat door als met een kogel een heel persoonlijke vraag af te vuren. De ander valt getroffen stil en reageert dan verrast met een reactie die laat zien dat je raak geschoten hebt. En die ander gaat verder en je merkt hoe graag hij praat over meer dan het gewone, over wat écht belangrijk is.
Mijn gesprekspartner reageerde heel verrast. ,,Dat moeten we veel meer doen. Je hebt geen idee hoeveel mensen ik in mijn praktijk tegenkom die hunkeren naar een echt gesprek, die echt aangeraakt willen worden. Er zijn zoveel mensen in zichzelf opgesloten die verlangen wérkelijk in contact te komen met een ander”.
Op míjn beurt was ik geroerd. Het is toch zo dat we wonderlijk geschapen zijn met de mogelijkheid gevoelens en gedachten te hebben. Dat we de geweldige gave gekregen hebben van de communicatie. Het is toch fantastisch dat ik de mogelijkheid heb woorden uit te spreken, bij voorbeeld op dit moment, die door een ander verstáán worden. Communicatie is  een brug van mensen naar elkaar. We hebben de mogelijkheid gevoelens delen, een ander te bereiken, maar dan moeten we dat ook dóen.

Laten we elkaar opwekken minder te praten en meer te luisteren. Te luisteren naar mensen die ernaar hunkeren  echt gehóórd te  worden en begrip te ontvangen. Laten we proberen als christenen mensen ,,uit hun isolement te trekken”. (De Oogst mei 2009) Mensen die zoeken naar een oor en een hand . Praten, luisteren helpen, daartoe heeft God ons  geroepen!  ,,Hij maakt ons één, bracht ons tesamen” zingen we toch. En wanneer God zijn hart wijd opent voor ons, moeten wij het ook voor anderen proberen.

 (Uitgesproken in EO’s Zaterdagavonduur 15.8.09)

 

reageren?  naar het gastenboek  of  per email  

 

 

20 augustus 2009

7e  jaargang – nummer 23

IN HET ALGEMEEN 

ben ik er niet voor om u inkijkjes in mijn privéleven.voor te schotelen. Die zullen u weinig boeien.
Maar vandaag graag een uitzondering.

Mijn vrouw en ik waren als kinderen en opgroeiende jongeren vertrouwd met het verschijnsel: zingen rond het orgel. Bij ons beiden stond thuis zo’n instrument dat we met de spotzucht de jeugd eigen betitelden als ,,psalmenkist”, ,,cirkelzaag des geloofs” of ,,hijgend hert”.

Wat zongen we? Vraag liever: wat zongen we niet? Uit de bundel van Johannes de Heer, uit ,,Glorieklokken”, uit ,,Stemmen des Heils” ,, uit ,,En nu allemaal”, enzovoort. Maar evengoed ontliepen we een anders geörienteerde verzameling als ,,Kun je nog zingen, zing dan mee”. 
Na ,,Een jongeling wandelde in d’ avondstond” uit Johannes de Heer was het wel eens verkwikkend om uit volle borst ,,Ferme jongens, stoere knapen” ( (,,Flink uit de borst en niet te gauw”, geeft de dichter aan), te zingen.

Het onderstaande is een recente foto van mijn vrouw en mij, terwijl we ,,De heilige stad” van Adams zingen en spelen.
We hopen deze geheiligde stonden nog vele malen te beleven, maar of dit zal gebeuren? Mijn vrouw is dermate bijziende geworden dat ook muzieklezen steeds moeizamer wordt.

(Afbeelding van een schilderij van Marius van Dokkum, is getiteld: Zoals de ouden zongen en komt voor op een kaart, uitgegeven door Art Revisited.com).

 

reageren?  naar het gastenboek  of  per email  

 

 

12 augustus 2009

7e  jaargang – nummer 22

WEDEROM

twee ernstige gedichten

KOUVATTEN

Laatst kreeg ik bij tien graden vorst
Een kauw op mijn doorlucht’ge borst –
Toen ik hem vroeg naar hoe en wat
Bleek deze kauw ook nog gevat.

Hij zei: ,,Mijn pa is jong getrouwd
En heeft mij alles voorgekauwd –
Maar ’ t meest heb ik toch gehad
Toen ‘k zelf eens heb een kauw gevat!”

(Donkey Shot)

ROKEN

Krook niet
maar mijn vriend Piet
Is in roken zeer bedreven,
tis zijn lust en leven.

Koop dat ’t mij is gegeven
gezond en lang te leven.
Maar o wee…
Krook wel met Pieter mee.

(Claudius C. Bruno)

 

reageren?  naar het gastenboek  of  per email  

 

 

30 juli 2009

7e  jaargang – nummer 21

TWEE ERNSTIGE GEDICHTEN

DENKEND AAN HOLLAND

Denkend aan Holland
zie ik veel dooie pieren
traag door hun vlakke leven gaan,
zappend en happend
in talloze bieren
zichzelf naar ’t verveelde leven staan,
en altijd bezig
met tijdelijke dingen
wordt de stem van de Schepper
noch gehoord, noch verstaan.

IN HET BEDDENMAGAZIJN

Terwijl wij op de nota wachten,
bekruipt m’ een weemoedige gedachte.
’t Matras is dan wel aardig duur
maar ’t heeft een lange levensduur
(zoals ons is geprofeteerd
en de praktijk wel heeft geleerd).

Hoe lang nog is ’t leven ons beschoren?
Dát krijg je van geen mens te horen.
Wandelen wij nog tien jaar mee,
dan zijn we zeker zeer tevree.
Dus kochten wij, een vreemd idee,
een sterfbed voor ons alletwee.

 

reageren?  naar het gastenboek  of  per email  

 

 

Archief

Alle afleveringen van de Weblog van Kees van Baardewijk in het archief.

naar top

home

>

 weblog

>

weblogarchief

  

    2 0 1 2
 6 jan. - nu

2 0 1 1

 6 jan. - 29 dec

2 0 1 0

1 juli. - 23 dec

 7 jan. - 17 juni

2 0 0 9
 30 juli - 24 dec
 8 jan. - 25 juni
2 0 0 8
 4 sept. - 11 dec
 2 jan. - 28 mei
2 0 0 7
 10 jan. - 2 mei
 9 mei - 12 dec
 2 0 0 6
 11 jan. - 21 juni
 5 juli  - 18 okt
 
1 nov - 20 dec
2 0 0 5
5 januari - 6 april
13 april - 21 sept.
 5 okt. - 28 dec.
 2 0 0 4
7 jan. - 24 maart
31 maart -  30 juni
21 juli - 6 oktober
13 okt. - 22 dec
 2 0 0 3
22 febr. - 28 mei
4 juni - 17 sept
24 sept. - 17 dec

  

gastenboek

>

gedichten

>

oneliners

>

verhalen

>

boeken

>

radio

>

links

>

film

>
 

Overnemen van teksten is toegestaan met bronvermelding: www.keesvanbaardewijk.nl